9 februari 2012

Indonesisch hapje: Onde onde

Onde onde. Ehh, ja. Mijn schoonmoeder vertelde me dat ze het gehaald had bij de toko. “Wil je het proeven?” Ik wil altijd alles proeven, dus zei ik gelijk ja. Toen ik vroeg wat het was, beschreef ze de onde onde als “een soort sesamballen met zoete bonen als vulling.” Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik dit niet heel aantrekkelijk vond klinken. Gelukkig won mijn nieuwsgierigheid het van mijn scepsis en stak ik vol goede moed een hap van zo’n vreemde bal in mijn mond. Zeker geen standaard smaak, maar wel erg lekker! Dus toen mijn schoonmoeder voorstelde om ze eens zelf te maken, stond ik al in de keuken terwijl zij haar receptenboek er nog bij moest pakken.



Over het algemeen kun je zeggen dat Indonesische gerechten tijdrovend zijn om te maken. Dit recept is niet anders. We zijn bij elkaar al gauw twee uur bezig geweest met het maken van de vulling, het deeg, het vullen van het deeg en het frituren. Ach, het kan altijd erger. Als mijn schoonouders me vragen of ik kue lapis voor ze wil maken sta ik vier uur in de keuken, dus dit was een meevaller.


Onze ballen ploften een beetje tijdens het frituren. Dit is niet de bedoeling en ik weet ook niet hoe het kwam. Maar goed, de smaak wordt er niet minder om, dus laat je er niet door tegenhouden. Het is maar dat je weet dat het kan gebeuren. 


Ingrediënten:
  • 300 gr gedroogde mungbonen
  • 650 ml kokosmelk
  • 2 sliertjes pandanblad
  • tapiocameel
  • 3 rondjes gula djawa (palmsuiker)
  • 500 gr ketanmeel (kleefrijstmeel)
  • Zout
  • sesamzaad
  • Zonnebloemolie om te frituren
Bereiding:
  • Laat de mungbonen 12 uur weken in koud water.
  • Kook de mungbonen samen met het pandanblad in het weekwater tot ze zacht zijn. Dit duurt ongeveer een halfuur. Als ze droogkoken, giet er dan nog wat water op. De bonen moeten net onder water staan. Voeg vervolgens 250 ml kokosmelk aan toe. Roer door, en voeg tapiocameel toe. Kleine beetjes per keer, tot je een behoorlijk stevig bonenmengsel hebt. Denk aan de textuur van hele dikke erwtensoep, maar dan wat meer gelei-achtig. Laat dit mengsel afkoelen.
  • Maak van 500 gram ketanmeel en 400 ml kokosmelk en wat zout een deeg met de textuur van kauwgom. Je moet hier makkelijk balletjes van kunnen draaien.
  • Draai ballen deeg met een formaat tussen een golfbal en een tennisbal. Druk het deeg plat in je hand en schep er wat van de mungbonenpasta in. Vouw goed dicht en rol weer tot een bal. Rol de bal door de sesamzaadjes. Frituur de ballen in de wok tot ze goudbruin zijn en het deeg helemaal gaar is.

9 opmerkingen:

  1. Ik ben nog steeds aan het wennen, aan de structuur van kleefrijstkoekjes. Ben er nog steeds niet wild van, maar ik denk wel dat als je ze zelf maakt ze alvast lekkerder zullen zijn dan kant-en-klare. En mungbonen lekkerder dan azukibonen.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. De textuur was inderdaad anders dan die van de kant-en-klare. Maar dat 'rubberachtige' blijft wel. Anders gewoon veel vulling en een dun laagje deeg doen?

      Verwijderen
  2. In Vietnam ken je deze ook, daar worden ze warm gegeten. Dan zijn ze wel knapperig! Zal mijn schoonmoeder eens vragen naar haar truc om de ballen niet te laten 'scheuren'.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Echt? Dat wist ik helemaal niet. Wat grappig! Hoe heten ze daar?

      Verwijderen
    2. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

      Verwijderen
  3. Tip voor (of juist tegen ;) het openspringen, bakken op laag vuur en blijven draaien. Vergt geduld maar Indisch koken is altijd met geduld en liefde toch!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. ik heb ze zeker met veel liefde geprobeerd te maken maar krijg geen liefde terug gaan open en deeg niet soepel

      Verwijderen
    2. sesam blijft niet goed plakken appa dese

      Verwijderen
  4. recept gevolgd deeg droog ballen knallen open bij bakken wat een gedoe zeg graag goeie tips

    BeantwoordenVerwijderen

LinkWithin

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...